Zelf behangen lijkt misschien een grote klus, maar met de juiste voorbereiding en werkwijze is het goed zelf te doen. Behang kan een ruimte compleet transformeren en geeft muren direct sfeer en karakter. Of je nu kiest voor een rustig dessin of een opvallend patroon, een strak eindresultaat begint altijd met een goede voorbereiding.
In deze blog leggen we stap voor stap uit hoe je zelf kunt behangen. Je leest waar je op moet letten, hoe je behang met patroon berekent en hoe je lastige plekken zoals hoeken en dagkanten netjes afwerkt.
Stap 1: Zorg voor een goede voorbereiding
Een strak behangresultaat begint bij de ondergrond. Neem daarom altijd de tijd om de muur goed voor te bereiden.
Controleer eerst of de muur schoon, droog en glad is. Verwijder oud behang en eventuele lijmresten. Kleine gaatjes of scheurtjes kun je opvullen met muurvuller en daarna licht opschuren.
Sterk zuigende muren, zoals nieuw stucwerk, kun je het beste eerst behandelen met voorstrijkmiddel. Dit voorkomt dat de behanglijm te snel in de muur trekt.
Ook is het verstandig om vooraf te controleren of alle rollen behang hetzelfde batchnummer hebben. Zo voorkom je kleine kleurverschillen op de muur.
Stap 2: Bereken hoeveel behang je nodig hebt
Voordat je begint met behangen is het belangrijk om te weten hoeveel rollen je nodig hebt.
Meet eerst de breedte en hoogte van de muur. Een standaard rol behang is meestal ongeveer 53 cm breed en 10 meter lang.
Om te berekenen hoeveel banen je uit een rol haalt:
- Meet de hoogte van de muur.
- Tel hier ongeveer 10 cm extra bij op voor snijruimte.
- Deel de rollengte door de benodigde baanlengte.
Bijvoorbeeld:
Een muur van 2,50 meter hoog → baanlengte ongeveer 2,60 meter.
Uit een rol van 10 meter haal je dan ongeveer 3 banen.
Daarna deel je de breedte van de muur door 53 cm om te bepalen hoeveel banen je nodig hebt.


Behang met patroon berekenen
Wanneer je behang met een patroon gebruikt, moet je rekening houden met het patroonrapport. Dit betekent dat het dessin op elke baan op dezelfde hoogte moet doorlopen.
Op het etiket van het behang staat meestal de hoogte van het patroonrapport, bijvoorbeeld 32 cm of 64 cm.
Bij het snijden van de banen moet je de lengte daarom afronden naar een volledige patroonherhaling. Hierdoor ontstaat vaak wat snijverlies.
Bij behang met een patroon is het verstandig om ongeveer 10 tot 20% extra behang te bestellen. Zo voorkom je dat je tijdens het behangen tekortkomt.
Stap 3: Begin met een rechte startlijn
Veel muren en hoeken in een huis zijn niet volledig recht. Daarom is het belangrijk om niet zomaar in een hoek te beginnen.
Gebruik een waterpas of loodlijn om een rechte verticale lijn op de muur te tekenen. Dit wordt je startlijn voor de eerste baan.
Wanneer de eerste baan recht hangt, volgen de volgende banen automatisch netjes.
Stap 4: Het behang aanbrengen
De manier van lijmen hangt af van het type behang.
Vliesbehang
Bij vliesbehang breng je de lijm direct op de muur aan. Daarna plaats je de droge baan behang tegen de muur.
Papierbehang
Bij papierbehang breng je de lijm aan op het behang zelf. Daarna moet het behang meestal enkele minuten intrekken voordat je het op de muur plakt.
Plaats de baan langs de startlijn en laat boven en onder altijd een paar centimeter extra hangen. Strijk het behang vervolgens glad met een behangspatel of zachte borstel om luchtbellen te verwijderen.
Snijd daarna het overtollige behang boven en onder langs het plafond en de plint weg met een scherp mes.
Hoeken behangen
Hoeken zijn vaak lastig omdat muren zelden perfect recht zijn.
Probeer een baan daarom nooit volledig om een binnenhoek te vouwen. Dit kan scheuren of scheef trekken veroorzaken.
De beste methode is:
- Plak de baan tot ongeveer 2 à 3 cm om de hoek.
- Snijd de volgende baan zodat deze over de hoek heen overlapt.
- Gebruik opnieuw een loodlijn om de nieuwe baan recht te hangen.
Op deze manier blijft het behang strak en voorkom je dat het patroon scheef gaat lopen.
Buitenhoeken behangen
Bij een buitenhoek, zoals bij een schoorsteen of muuruitbouw, werk je op een vergelijkbare manier.
Laat het behang ongeveer 2 cm om de hoek doorlopen en start daarna met een nieuwe baan op de volgende muur. Zo voorkom je dat het behang loslaat op de hoek.
In een buitenhoek kan het ook handig zijn om gebruik te maken van een hoeklijst. Zie Filmpje van Arte
Behang in een dagkant (bij ramen en deuren)
Een dagkant is de binnenzijde van een raam- of deuropening. Hier is nauwkeurig werken belangrijk voor een strak resultaat.
Werk als volgt:
- Plak de baan eerst gewoon over het raam of de deur heen.
- Maak vervolgens een diagonale snede richting de hoek van het kozijn.
- Vouw het behang naar binnen in de dagkant.
- Snijd het overtollige behang langs het kozijn netjes af.
Met een scherpe afbreekmes en een liniaal krijg je het strakste resultaat.
Extra tips voor een mooi resultaat
- Werk altijd met scherpe messen en vervang regelmatig het mesje.
- Controleer steeds of het patroon netjes aansluit voordat je een baan vast aandrukt.
- Werk rustig en neem de tijd; haast zorgt vaak voor scheve banen.
- Veeg overtollige lijm direct weg met een licht vochtige doek.
Tot slot
Behangen is een klus die veel mensen prima zelf kunnen uitvoeren. Met een goede voorbereiding, de juiste materialen en wat geduld kun je een professioneel resultaat bereiken.
Door goed te meten, rekening te houden met patroonrapporten en zorgvuldig te werken bij hoeken en dagkanten, geef je een ruimte al snel een compleet nieuwe uitstraling.
Of je nu een hele kamer wilt behangen of alleen een accentmuur wilt creëren: met deze stappen kun je met vertrouwen zelf aan de slag.
