Een lichtplan maken?
Licht in huis
Eén van de meest gestelde vragen: Hoe verdeel ik het licht in mijn huis?
Helaas is hier geen eenduidig antwoord op, omdat elke ruimte een ander lichtplan nodig heeft. Toch zijn er wel een aantal factoren waar je rekening mee kunt houden.
Ben je nog aan het bouwen, dan kun je de lichtpunten vaak nog bepalen. Vanuit de architect worden er meestal kruizen gezet in denkbeeldige vierkanten op de plattegrond van je woning. Precies bij het middelpunt van zo’n kruis wordt een lichtpunt ingetekend. Hierbij is echter vaak niet nagedacht over de functie van de ruimte of over het daadwerkelijke gebruik van die plek.
Dat is dan ook de reden dat er regelmatig lampen in het plafond zitten op “vreemde” plekken. Wanneer je nog in de bouwfase zit, kun je deze punten laten aanpassen. Doe dit! Je zult er later spijt van krijgen als je dit niet hebt gedaan en uiteindelijk met kabelgoten of verlengingen over het plafond moet werken.
Is je woning al wat ouder en liggen de stroompunten al vast? Dan ontkom je daar waarschijnlijk niet aan, maar ook hiervoor heb ik later in dit artikel nog een handige tip.
Daglicht en kunstlicht
Laten we beginnen bij het begin: het verschil tussen daglicht en kunstlicht.
Daglicht is het natuurlijke licht van buiten dat naar binnen valt. De positie van de ramen ten opzichte van de zon bepaalt hoeveel zonlicht er binnenkomt. Kunstlicht creëren we zelf en kunnen we precies afstemmen op de ruimte en de gewenste sfeer.
Het is belangrijk om te starten met het daglicht. Hoe valt dit naar binnen? Is het warm zuiderlicht met een gelige gloed, of koel noorderlicht met een blauwige toon? Zodra je dit weet, kun je het daglicht overdag aanvullen en ’s avonds overnemen met kunstverlichting.
De drie soorten verlichting
In de basis onderscheiden we drie soorten licht die je in elke ruimte verwerkt:
1. Basis- of sfeerverlichting
Deze zorgt voor gelijkmatig verspreid licht, zodat je de hele ruimte goed kunt zien. Dit is vaak de verlichting die op de hoofdschakelaar zit, zoals plafonnières of centrale hanglampen. Met een dimmer kun je deze verlichting ook sfeervoller maken – denk aan een mooie hanglamp boven de eettafel.
2. Functionele verlichting
Dit is gericht licht dat bedoeld is voor een specifieke activiteit, zoals lezen, werken of koken. Denk aan een bureaulamp, spots boven het aanrecht of een leeslamp naast de bank.
3. Accentverlichting
Met accentverlichting kun je bepaalde elementen extra uitlichten, zoals een schilderij, een nis of een mooi meubelstuk.

Wanneer je deze drie soorten verlichting combineert, ben je al goed op weg naar een uitgebalanceerde lichtbeleving. Denk goed na over de functie van de ruimte en de plekken waar je licht nodig hebt.
Verdeel het licht in de ruimte altijd op drie niveaus: de vloer, het middengedeelte en het plafond.
Hiermee zorg je voor een juiste balans tussen licht en sfeer, en creëer je diepte en dynamiek in het interieur. Dit kun je bijvoorbeeld doen met een combinatie van een vloerlamp, tafellamp en hanglamp, of met wandlampen, spots en een staande lamp. De variaties zijn eindeloos!
Zelf een lichtplan maken
Wil je zelf een lichtplan maken? Lees dan even verder.
Niet elke lamp geeft evenveel licht. Om het overzichtelijk te houden, werken we met lumen, dat op de verpakking vermeld staat als “lux”. Over het algemeen geldt dat een woonkamer ongeveer 300–400 lux aan basis- of sfeerverlichting nodig heeft.
Je kunt dit berekenen door het aantal lumen van de lichtbron te delen door de oppervlakte in vierkante meters.
Bijvoorbeeld: een lichtbron van 5000 lumen die een oppervlak van 5 m² verlicht, geeft 1000 lux — dat is behoorlijk fel.
Reken alle armaturen uit zodat je weet wat de totale hoeveelheid licht in de ruimte is. Gebruik daarnaast altijd dimmers, zodat je de lichtsterkte kunt aanpassen aan het moment van de dag of het seizoen.
Praktische tips
- Werk met een plattegrond: noteer waar welke functies in de ruimte komen (leeshoek, tv-hoek, eetgedeelte, kantoor, enzovoort).
- Teken de lichtpunten: geef met rondjes aan waar je lampen wilt plaatsen. Op basis van het aantal lumen kun je deze groter of kleiner tekenen.
- Controleer de balans: zie je plekken waar weinig licht valt? Voeg daar extra verlichting toe.
- Gebruik een Lightswing: komt je plafondpunt niet op de juiste plek uit? Een Lightswing zorgt ervoor dat je eenvoudig de ophangplek van je lamp kunt verplaatsen — zonder hak- of breekwerk.
Zorg dat je kunstlicht plaatst op plekken waar overdag daglicht binnenkomt. Zo ontstaat in de avond een natuurlijke overgang van daglicht naar kunstlicht, wat zorgt voor rust en balans in de ruimte.
Door verschillende lichtbronnen te combineren zorg je ook voor uitgebalanceerde verlichting in de ruimte. Verdeel het licht altijd over drie niveaus: de vloer, het middengedeelte en het plafond. Op deze manier creëer je een harmonieuze balans tussen functionaliteit en sfeer, waardoor de ruimte zowel prettig als uitnodigend aanvoelt.

